Wereld Kankerdag: persbericht Leidsch Dagblad
Tafelazijn tegen baarmoederhalskanker
In Nederland sterven er jaarlijks ongeveer 200
vrouwen aan en totaal krijgen ruim 700 vrouwen elk jaar de diagnose
baarmoederhalskanker. Sinds vorig jaar kunnen meisjes zich laten inenten tegen
het Humaan Papilloma Virus (HPV), dat voor een groot deel verantwoordelijk is
voor de gevallen van baarmoederhalskanker in Nederland. Met in het achterhoofd
dat het morgen Wereld Kankerdag is, vraagt professor Lex Peters, gynaecoloog in
het LUMC aandacht voor baarmoederhalskanker in derdewereldlanden, waar het
probleem een heel andere omvang heeft.
,,In Nederland maken we ons druk of inenten zinvol is of niet, terwijl er
wereldwijd elke twee minuten een vrouw overlijdt aan baarmoederhalskanker. Het
is een armoedeziekte en komt veel meer voor in arme landen met slechte
voorzieningen. Daarnaast is deze vorm van kanker een vooraankondiging van aids.
Aids verzwakt het immuunsysteem en dan heeft het HPV vrijspel.'' Peters zet
zich al jaren in voor de bestrijding van baarmoederhalskanker bij vrouwen.
Samen met het Female Cancer Program (FCP), heeft de Leidse arts een methode
ontwikkeld die effectief en eenvoudig toe te passen is in minder ontwikkelde
gebieden. Het FCP is een initiatief van het LUMC en zet zich in voor de
wereldwijde bestrijding van baarmoederhalskanker. ,,Is er weinig geld, dan zijn
er ook weinig middelen voor zorg en moet je op zoek naar behandelingen die
zelfs in het kleinste dorpje toe te passen zijn.''
De methode is losjes gebaseerd op de technieken die in Nederland worden
gebruikt. ,,De methode moest makkelijk toepasbaar zijn, zonder veel middelen en
zonder elektriciteit. Het moest aanvaardbaar zijn voor de vrouwen en lokale
vroedvrouwen moeten het zelf kunnen uitvoeren. Daarvoor leiden we ze ook op.
Als het FCP vertrokken is, kunnen zij de behandelingen in stand houden. Het
enige wat we nodig hebben is tafelazijn en vloeibare stikstof. Twee dingen die
overal wel te verkrijgen zijn.''
Met een wattenstaafje gedrenkt in azijn wordt de baarmoedermond van een vrouw
aangestipt. De azijn veroorzaakt een reactie met eiwitten. Sneldelende cellen,
zoals kankercellen, hebben meer eiwitten dan normale cellen en zo kleurt een
verdachte plek wit. Vervolgens wordt er met een wattenstaafje gedrenkt in
vloeibare stikstof het verdachte plekje weggebrand, zoals we dat in Nederland
met wratten doen. In Nederland krijgen vrouwen tussen de 30 en 60 jaar elke
vijf jaar een oproep om een uitstrijkje te laten maken. Als er bij het
uitstrijkje iets afwijkends wordt gevonden, gaat de gynaecoloog alsnog met
azijn testen, waar de afwijking zit. Daarna worden de vrouwen verder behandeld.
,,Met een paar flessen tafelazijn zou je heel Leiden kunnen testen.''
Het klinkt een beetje houtje-touwtje, maar dat vindt Peters niet. ,,Het is
misschien niet de beste methode, maar wel de best beschikbare, snel en goed
toepasbaar. De vrouwen hoeven niet terug te komen voor een vervolgbehandeling
en er zijn vrijwel geen complicaties. We hebben al 350.000 vrouwen getest,
waarvan 5 tot 10 procent een positieve uitslag had. Met de methode is er een
kans van 85 tot 90 procent op genezing.''
Naast behandeling richt het FCP zich ook op het opleiden van verpleegsters en
voorlichting aan lokale bewoners. ,,De voorlichting is van groot belang. Als
vrouwen zich bewust zijn van het probleem en er iets aan kunnen doen, zijn ze
in staat het lot in eigen hand te nemen.''
De vrouwen in de gebieden waar het FCP actief is, hebben vaak een
ondergeschikte rol. Mannen beslissen veelal of vrouwen naar de dokter gaan of
niet. ,,Maar vrouwen hebben wel een grote rol in de samenleving. Ze zorgen voor
het gezin en ook voor een deel van het inkomen. Er is vaak geen tijd en geld om
naar een dokter te gaan en ze doen pas een beroep op zorg als ze echt niet meer
kunnen werken. Het is moeilijk om ze ervan te overtuigen dat ze naar de dokter
moeten voor een uitstrijkje, en dan terugkomen voor de uitslag. Met onze nieuwe
methode kunnen we de kanker in één bezoek opsporen en behandelen. Als mannen er
last van hadden, zou er veel eerder wat aan gedaan zijn.''
3 februari 2010
Pauline Snel - Leidsch Dagblad